|
* Milliput is een twee-componentenmateriaal dat je kan vinden in modelbouwzaken. Eens gemengd is het hanteerbaar als klei. Met water kan je het oppervlak mooi en egaal vlak maken. Na een tweetal uur is de Milliput steenhard en kan je er zelfs in boren, schuren, draad in trekken enzovoort. Volgens de handleiding kan je er vanalles en nog wat mee repareren en construeren.
|
|
De Reeks 200 (het latere type 51) is een loc die me steeds al heeft aangesproken. In schaal HO vind je modellen bij Jocadis en Mehano, maar in schaal N is niets te vinden. Dus: zelfbouw!
- Als
basis en inspiratiebron heb je natuurlijk afmetingen nodig en genoeg foto's om tot een mooi model te komen. Met de tekeningen van H. De Bleser geraak je al een heel eind. Op internet staat een schat aan informatie en als je via Google/afbeedlingen zoekt op "type 51" heb je onmiddellijk een mooie collectie foto's.
- Aan de slag dan maar. Het model is opgebouwd uit plastic-card. Dit zijn plastic-vellen die je vindt in iedere modelbouwwinkel. Ik gebruikte de diktes 0,75 en 0,25 mm. De dunste plaatjes dienen vooral om de deuren en roosters diepte te geven.
- Hier zie je al een eerste
beeld van het model als het stilaan zijn vorm krijgt. De twee plaatjes vooraan geven de neus zijn karakteristieke vorm. Om achteraf ook de afronding van de bovenkant van de neus te maken.
- De neus wordt nu verder uitgewerkt met Milliput. De twee steunen vooraan kan je gebruiken als richtlijn om de hoeken en afrondingen uit te werken.
- Door
verschillende malen Milliput* aan te brengen en opnieuw weg te schuren ga je net als een "carrossier" het koetswerk kunnen uitwerken tot het echt op punt staat.
- Bij de eerste modellen die ik heb proberen uit te werken wou ik de ramen doorzichtig maken. Dit is achteraf gezien niet zo vanzelfsprekend. Daarom heb ik de volledige kap in mat geschilderd en de ramen daarna vernis met hoogglanslak beter gekend als "bootvernis" In één laag krijg je een zeer mooi sterk glazende vernis.
- De motor komt van Atlas. Als basis kies je best voor een EMD SD-7, EMD SD-9, EMD SD-18, EMD SD-24, EMD SD-28 en EMD SD-35. en SD loc is een Amerikaans model met CoCo-boogies(twee maal drie assen). Deze locs hebben de correcte boogie-lengte en afstand tussen de boogies is exact goed.
- Verder is het nog nodig om aan de boogies koppelingen te hangen. Aan Amerikaanse N-schaal modeltreinen is de koppeling vastgemaakt aan de kap en niet aan de onderstellen. Ik heb de koppelingen gebruikt van een wagon.
- Nog enkele extra beelden.

Roco heeft twee verschillende versies gemaakt van de type 59. Een groene en een gele. Deze uitvoieringen zijn beide echter te recent voor mijn baan. Daarom heb ik de dubbele frontlichten, zoals die in het begin van de jaren 70 bij alle diesellocs zijn aangebracht, verwijderd.
Het allereerste idee was om deze te verwijderen met de miniboormachine maar het werd me afgeraden dit te doen omdat je heel veel warmte maakt en dat het plastiek zou smelten. Daarom is het middenste licht verwijderd met een hobbymes. Waar je vooral dient op te letten is dat je zeker niet te ver snijdt. Er staan boven en onder het frontsein een railing en klinknagels. Met een schuurpapiertje kan de snijlijnen nog een beetje afronden.
De gaatjes van de verlichting (die nu niet meer bruikbaar is) stop je dicht met Milliput* die je achteraf nog een beetje bijvijlt en -schuurt. Zo krijg je een mooie afgeronde neus.
Voor de schildering greep ik terug naar een mooi boek van Max Delie, "Kleuren NMBS" met prachtige kleurenfoto's van stoom-, diesel- en electrische locs. Hierin staat de 201024. Deze loc kreeg een zeer eenvoudige schildering: één lange smalle gele streep op de zijflank en gele cirkels om de lichten. Op deze wijze is ook mijn reeks 201 geschilderd.
De details op de zijkant en de zilveren ringen rond de lichten zijn getekend met een oude schrijfpen. Als je een beetje oefent, kan je hier mooie lijntjes mee trekken. De bedoeling is om achteraf deze te vervangen door decals, maar de zelfgedrukte exemplaren zijn niet goed doordat de gele inkt van de afdruk niet dekkend genoeg is.
Hier heb ik alleen een foto van de originele kap en de geschilderde. Ik heb meer gespecifieerd gekozen voor een BR360. Dit is dezelfde rangeerloc maar met zwarte wielen. (De andere versies hebben rode wielen en deze wielen zijn niet zo makkelijk te schilderen). Op het dak dienden wel een paar stukjes verwijderd te worden: de antenne en 2 hoorns. Eveneens moeten van de schoorstenen de derde koplamp verwijderd worden.
Na het uitwerken van mijn reeks 200 wou ik het eens over een andere boeg gooien en gaan voor een kleinere loc. Waarom dan niet de kleinste? De reeks 230 is een locotractor die vooral zorgde voor rangeerwerk en het bedienen van goederentransport op lokale lijnen. Hier vind je meer info over het model.
Ik ben gestart van de plannen van H. De Bleser. Door de HO-maten te verkleinen naar 54,75%, kom je tot N-schaal maten. Dus was de start al gemaakt. Het model is volledig in plasticard voor het stuurhuis werd doorzichtig plasticard gebruikt. Het dak en het motorhuis is gemaakt uit 300gr zwaar tekenpapier.
De assen steken eveneens vast in twee strookjes plasticard.
Maar waar zit de motor?
De motor van de loc zit in een wagon die er achter "hangt". Via Ebay kocht ik een piepklein motortje van Kato die ik heb gedemonteerd en hier en daar heb bijgesneden zodat hij paste onder de kast van een gesloten goederenwagen. Het enige wat je nog kan zien is dat tussen de beide assen het blokje zit van de motor. In de goederenwagon is voldoende ruimte om ook een decoder te gebruiken. Het zelfde motorje zit ook onder mijn model van de reeks 551 "Brossel"
Hier vind je een flimpje van de eerste rondjes die de loc reed.
De kap van een type 55 en een type 62 zijn nagenoeg identiek met dat verschil dat een type 55 een zes-assige en de 62 een vier-assige loc is. Bij het schilderen is het altijd belangrijk goed gedocumenteerd te beginnen. Ik heb een aantal boeken gebruikt waarom "NMBS in kleur" van Max Delie en "Diesel" van dezelfde schrijver. Ook op internet vind je een zeer groot aantal foto's.
Ik heb eveneens een foto bijgevoegd van de binenkant van de kap zodat ook de binnebouw zichtbaar. Het plastiek bakje past perfect over de motor van een Amerikaanse SD-9 van Atlas. |